Test 1 (A2/B1) odpowiedzi

1. Uzupełniamy formularz… 


Achternaam: Kowalski
Voornaam: Adam
Straat: Schoolstraat
Huisnummer: 17
Postcode: 2298AS
Plaats: Alkmaar
Telefoonnummer:
Geboortedatum: 05-12-1982
Geboorteplaats: Warschau
Geslacht: man
Nationaliteit: Pool


Handtekening: <podpis>






2. Odpowiadamy na pytania…

Waar woon je?    
Ik woon in Alkmaar

Wat vind je leuk?  
Ik vind computers leuk <lubie komputery>

Heb je broers en/of zussen?  
Ja, ik heb drie broers.

 
Hoe laat ben jij s’avonds thuis van het werk? 
Om 19.00 uur ‘s avonds ben ik thuis van mijn werk <o 19:00 wieczorami …>




3.  Dzwonimy do poradni …


– Goedemorgen,
met de assistente van dokter Den Boss.


Goedemorgen, met Adam Kowalksi. Ik ben ziek 

  en ik wil graag een afspraak maken
met dr Den Boss’


– Wat is uw
geboortedatum?
 

– 26-07-1978

– Mag ik vragen wat
er aan de hand is?

– Ik
heb oorpijn <ból ucha>


– Hebt u dat al
lang?

– 2
dagen, maar het
doet zo’n pijn! 

<2 dni, ale baaardzo boli, dosłownie: to robi taaaaki
ból”>

– Kunt u
vanmiddag om 14.00 uur?

– Kan
ik misschen vanochtend komen?


– Nee, sorry, vanochtend  is er geen
plaats meer want het is heel druk vandaag
 

– Dan
kom ik om  14.00 uur.


– Sterkte!
– Ja,  Bedankt.



4. Zaimki wskazujące 

Deze broodjes zijn lekker, maar die broodjes zijn het lekkerst.

Ken jij dit/dat hotel daar? 
Dit voorgerecht is duurder dan dat voorgerecht.
Die tomaten zijn verser dan deze tomaten.
Die vrouw praat goed Nederlands.
Dit huis staat hier op een mooie plek. 

Die meloenen daar zijn nog niet rijp.

5. Uzupełniamy czasownik modalny…

Hier moet je stoppen.

Hier mag je niet roken.

Zullen we naar de bioscoop gaan?


Je mag het water niet drinken.



Je mag hier niet eten en drinken.



Hier kun je informatie krijgen.



Anna kan helaas niet komen.



Ik zal vandaag naar de gemeente gaan!



Je hoeft  in de tuin niet te werken.
Je mag doen wat je wilt.


Ik zal de volgende keer mijn huiswerk maken.


Hij wil veel geld verdienen, maar het kan niet.


Volgend jaar zullen de mensen minder gaan verdienen.
6. Stopniowanie przymiotników

 

Anna is lang maar
Gosia is langer.


Engels is
moeilijk maar Nederlands is moeilijker.


Utrecht is ver
maar Amsterdam is verder.


De zee is vandaag
rustig, maar gisteren was rustiger .


Duits is makkelijker (makkelijk) dan Nederlands, maar Pools is
het makkelijkst.


In Polen zijn minder (weinig) Moslims dan in Nederland.


Hij gaat graag
naar Spanje maar ik ga liever (graag) naar
Portugal.


Jan is een beter (goed) speler dan Karol.


Darmowa Lekcja Holenderskiego

Sprawdź!

3 thoughts on “Test 1 (A2/B1) odpowiedzi

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.